OpenSankoré is dood, lang leve OpenBoard

Op het gebied van marketing van hun producten kan de opensource wereld een hoop leren. En een goed voorbeeld is daarbij OpenSankoré cq OpenBoard. OpenSankoré was een opensource digibord programma die simpel oogt en eenvoudig te gebruiken is. Zonder ingewikkelde kunsten kun je al snel er mee aan de slag. Maar om het te vinden moet je toch wel of mazzel hebben of Frans verstaan. En sinds 2013 worden er geen updates meer gemaakt. Voor Linux of Windows geen probleem, want ondanks de nieuwere software updates van deze besturingssystemen werkt het nog steeds, maar in het geval van Mac OsX wel. Het programma waarmee OpenSankoré is geschreven werkt sinds versie OSx 10.10 niet goed meer. En toen kwam ik via tips van twitter op OpenBoard.

Die werkt vlekkeloos, ook op een Mac. Echter, het is nog niet zo volledig als OpenSankoré. Vooral op het gebied van uitreidingen, zoals interactieve toepassingen. Heeft enerzijds te maken dat ze gestart zijn met deze fork vanaf versie 2.0, maar ook omdat ze naar het programmeerprogramma Qt zijn overgestapt. Enige portering zal nog moeten plaatsvinden.

Maar genoeg technische gepraat. OpenBoard is een mooi en eenvoudig programma. Helaas alleen op een verborgen plekje te vinden. Enige verandering daarin heb ik weten te krijgen door een melding op alternativeto.net te zetten en te “liken”. Maar het zou heel fijn zijn als er wat geld en tijd gestoken werd in een echte website in het Engels, naast Frans.

En nog niet genoemd voordeel van dee vrij te krijgen software is dat je het op elke computer kan gebruiken. Je hebt geen last van bindende licenties of iets dergelijks. Bij een digibord heb je natuurlijk wel de drivers die bij het bord horen nodig. Deze zijn vaak gratis te downloaden bij de leveranciers.

Ik zou zeggen. Probeer het eens, het zal je vast meevallen.

Geplaatst in blijmakers, ict algemeen, open source | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Examen biologie examen VMBO-tl overleg via googledrive

googledriveDe afgelopen 2 jaar zijn een aantal collega’s met elkaar in discussie gegaan na de examens biologie voor het VMBO-tl examen via een googledocument . Ik vind dat heel erg prettig. De NVON heeft al veel meer jaren een zeer nuttige kringoverleg, die zij publiceren op hun website. Deze worden georganiseerd in verschillende plekken in het land en zijn zeer belangrijk gebleken voor de discussies die je kan hebben met een tweede corrector.

Vorig jaar bleek het examen biologie VMBO-tl in de tweede week van het examenprogramma te zitten. Wat er voor zorgden dat ik eerder mijn nagekeken werk moest versturen voordat de notulen van de kring geschreven en gepubliceerd waren. Ik heb toen het overleg tussen de docenten op Googledrive meegestuurd. in 2014 was er iets meer tijd en kon ik ons overleg document doorsturen naar de NVON, die dat verwerkt hebben in hun notulen van het kringoverleg.

Maar genoeg gezegd. Wil je volgende week mee doen met ons kleine kringetje en snel mee kunnen spreken over de vragen van het examen? Dan is hier je kans.

De docenten die vorig jaar al mee gedaan hebben, staan er al bij. Wil je ook mee doen, kun je in mijn contactformulier je email, naam en liefst ook school indien van toepassing. In de commentaren kan ook, maar zou ik persoonlijk niet doen. Mocht je dat wel doen, voeg ik je toe aan het document en verwijder ik daarna je commentaar.

Ongeveer een week na het examen publiceer ik op deze plaats het document als pdf, natuurlijk zonder je emailadres, maar wel met de twitternaam. Als je dat niet wenst, hoor ik het wel. Daarnaast verstuur ik, mocht het interessant zijn, naar de NVON.

Voor het idee staat hieronder het document van vorig jaar:

vmboexamenbiologie2015docentenoverleg

Mocht je een ander vak of niveau geven en ook zoiets willen, dan kan ik je een leeg formaat leveren. Het zal vast ook met Onedrive, open365.io of welke andere cloudoplossing werken.

Geplaatst in Biologie | Tags: , , | 1 reactie

Leeftijdsgrens van sociale media

sociaal media

Via adweek.com. In artikel staat link naar orgineel

Stel je voor. Je kind is 8 jaar en wordt op Facebook bedreigt, nadat ze geweigerd heeft om zonder shirt een foto te posten. Stel je voor dat je een kind hebt die gepest wordt door andere leerlingen via sociale media. Bijvoorbeeld doordat ze niet in een groepsgesprek mag en er wel verschillende aantijgende dingen gezegd worden over dat kind, of gewoon openlijk in de groepsapp of in een direct chat bericht. In groep 7 van de basisschool. Stel je voor. De foto’s die je kind maakte op vakantie in bikini of zwembroek verschijnen op Tinder sites, of Instagram met naam en adres. Ze blijken van je Facebook account gehaald te zijn en leven nu een eigen leven. Zo maar een paar voorbeelden hoe er met kinderen wordt om gegaan op sociale media.

In sommige van de bovenstaande gevallen is geen sociale mediatraining bestand. In veel gevallen zal de mediatraining vooral bijdragen dat leerlingen zich bewust zijn van hun gedrag. Het blijft een lastige kwestie vanaf welke leeftijd je een kind toelaat om zich bloot te stellen aan de vreugde en ellende van sociale media.

Maar misschien hoort daar nog iets voor. Ik ben zo benieuwd of dat meisje van 8 op Facebook zelf een account heeft aan gemaakt, of dat de ouders daarbij hebben geholpen? Ik kom maar niet af van het beeld van het meisje die tegen mamma zegt: “Mamma ik wil ook op Facebook”. Waarop het antwoord is: “Tuurlijk joh”. Hoort dat bij een opvoeding waarbij nee zeggen of dingen verbieden aan een kind “lastig” is? Want de druk van de omgeving is groot voor zowel ouder als kind? Of is het gemakzucht van de ouders. Het is immers lekker rustig in huis als de kids achter hun device gamen en chatten. De beeldschermen als verlenging van de opvoeding? Of ben ik te zwartgallig en calvinistisch? Hoort dit bij een opvoeding waar het kind steeds meer zelf mag bepalen wat het doet?

Via een discussie via linkedin kwam ik op het idee om eens te kijken wat de leeftijd is waarop de fabrikanten van de verschillende sociale media “adviseren” om hun software te gebruiken. De volgende Infographic laat dat mooi zien. Inmiddels zullen er vast wel een paar veranderd zijn, maar een aantal waaronder Whatsapp heb ik gecontroleerd en het klopt goed. Als je de fabrikanten moet geloven is 13 jaar toch wel de ondergrens. Voor jongere mensen willen zij de verantwoording niet dragen.

Ben ik de eerste die dat opgezocht heeft? Nee.  Kennisnet maakt uitgebreid reclame voor een brochure over gebruik van sociale media voor leerlingen op de basisschool. Ze maken daarin (als een van de weinige) keurig melding van de leeftijdsgrens. Maar zien dat toch vooral als Amerikaanse wetgeving, om daarna tips te geven over sociaal media met basisscholieren. Om over de smiho websites te zwijgen, die het waarnemen en daarna de beslissing aan de ouders laten.

En ik neem voor het gemak het voorbeeld van het meisje op Facebook er bij. Stel dat het kind schade oploopt door haar aanwezigheid op Facebook. En wat de schade is, laat ik aan jullie fantasie over. Dan zouden de verzorgers verantwoordelijk zijn. Die hebben het kind immers op een site laten rondlopen die niet voor haar bestemd was. Juridisch hebben ze geen poot om op te staan. De verdachte gaat vrijwel zeker vrijuit.

Ik vind het gek dat een leeftijd waarop je auto rijdt, of een brommer bestuurt wel aan zeer scherpe regels gebonden zijn en gepaard gaat met een bewijs van vaardigheid en een controle op leeftijd, maar het bij internet gebruik blijkbaar niet belangrijk is. Ik heb het gevoel dat het amorfe internet waar grenzen onduidelijk zijn en regels richtlijnen daar sterk toe bijdraagt. Niemand zou zijn kind van 11 op de brommer of auto naar school laten rijden, zonder begeleiding. Maar “iedereen” vindt het doodnormaal dat een kind zonder begeleiding op een website is die niet bedoeld is voor jonge kinderen. Niemand laat zijn kind tegenwoordig in het donker buiten spelen, de angst op pedofielen en ander imaginair gespuis is zo groot, dat het als absoluut tokkiegedrag wordt gezien als je dat wel doet. Het stormt nu buiten en het is stil op speelveldjes. Levensgevaarlijk immers… We zetten ze liever achter een beeldscherm en gaan de was doen of zelf een spelletje. Ik denk soms dat buiten spelen in de storm voor kinderen minder schadelijk is als ongecontroleerd achter een internetverbinding. Verwarrend.

En het lastigste is dat er behoorlijk wordt weg gekeken. In mijn commentaar wordt wel het belang van opletten bevestigd maar wordt daarna volledig voorbij gegaan aan de leeftijdsgrens.

Ook tegenstrijdig is dat fabrikanten vaak zeer kien zijn als het gaat om bloot, maar zich wat liberaler tonen als het gaat om geweld. In het geval van Facebook is de kans aanwezig dat je een onthoofding ziet maar een kunststuk met een vrouwentepel wordt verwijderd. Zelfde geldt voor Instagram en dergelijke Amerikaanse bedrijven.

Wij hebben thuis bedacht dat het voor onze kinderen onzinnig is om voor de middelbare school een smartphone te bezitten en helemaal niet verstandig om een sociaal media account te bezitten. Misschien in groep 8 een email adres? Daar zijn we niet over uit. En hoe we dat gaan doen als ze wel net zo enthousiast gebruik maken van hun smartphone als hun ouders? Dat weten we nog niet. Maar zo’n beslissing voelt alsof ik de enige in een voetbalstadion ben die niet van voetballen houdt. “het hoort nou eenmaal bij deze tijd” is het beste argument wat ik tot nu toe gehoord heb. Welke argumenten zijn zwaarwegend genoeg om je jonge kind op sociale media te laten zijn? Ik ben benieuwd.

Geplaatst in de knor in mij, ict algemeen, mediawijsheid | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De man in het water

Arie liep het café uit. “Careless whisper” klonk nog na in zijn oren.

Stom lied, dacht hij.
Hij liep met zijn tas in zijn hand naar de oude ijzeren brug. Zo’n spoorbrug die vervangen was door iets beters. Nu zonder rails. Nutteloos. Afgeschreven.

Op de brug deed hij zijn kleren uit, op zijn onderbroek na. Hij ging voorzichtig op de rand van de brug staan. Hij hield zich nog een beetje vast, maar na wat innerlijk overleg liet hij los. Hij stond met gespreide armen en met zijn ogen dicht. Jezus had het warmer. Dat wist hij zeker. Maar hoe kouder hij werd hoe sneller hij in het koude water stierf.

Al rillend en bibberend voelde hij zijn krachten afnemen. Zijn armen werden zwaar. Zijn dikke pens trilde zelfs. Hij keek strak naar voren. En wachtte.

Dan klikte er iets. Een snapje in zijn hersenen, die dat wat hij deed geen goed idee vond. Of beter, die vond dat wat hij deed niet met het eerste idee goed was. Het was niet goed om te vallen. Beter wat het om te ervaren wat er in zijn hoofd gebeurt.

Wat nou zinloos leven. Was elk leven niet zinloos? Was het dan ook niet zinloos om te beslissen om te stoppen met leven, omdat het niet was wat je er van verwacht had? Was het niet zinloos om iets te stoppen wat zinloos was? Was het dan niet zinniger om te stoppen met zinloos met je armen wijd in je blootje en je dikke buik op een ijzeren brug te staan?

Heel moeizaam stapte hij van de rand weg. Hij viel bijna maar weet zich de andere kant op te laten vallen op de brug. Het aantrekken van zijn broek en de rest van zijn kleren was een martelgang. Het vinden van de goede gaten was een uitdaging met zwaar bibberende handen en vingers zonder gevoel. Hij zag er vanaf om zijn veters te strikken en was al blij dat hij zijn schoenen aan kon doen.

Hij was al blij dat hij zijn schoenen aan kon doen!! Een paar minuten daarvoor was hij blij dat hij ging sterven. Hij hoorde de engelen al zingen!

Strompelend liep hij op weg naar huis. Langs de stille straten, het gesloten café. Zijn glimlach werd een grimas door het klapperen van zijn onderkaak. Maar probeer maar eens te glimlachen als je onderkaak niet wist hoe het stil moest staan en trilde. De glimlach leek meer op een morse signaal die een boodschap doorgaf. Helaas was er niemand op straat die er op kwam om dat te vertalen.

Toen hij uiteindelijk bij zijn huis aankomt stond hij stil.
“Ik ben mijn tas vergeten. Nou ja, ik ga niet meer terug.”
Hij tilt zijn hand omhoog om aan te bellen, maar in plaats daarvan valt hij zwaar tegen de deur. Het effect is een hele zware BONK.

Wat is het eerste wat je doet als je wakker wordt? Ogen open doen? Je teen wiebelen? Gek dat je dat niet weet toch? In het geval van Arie begon het leven weer met horen. Eerst een soort geruis en gesuis, daarna gemurmel en gemompel. Toen het besef dat hij iets hoorde. Ergens was er een lampje aan gegaan in de hersenen die het signaal van het ruisen doorgegeven had. Zijn reactie op iets horen ruisen was niet indrukwekkend. Toen kwam er een soort gesuis bij. Ook lastig voor te stellen dat hij eerst beseft iets te horen ruisen en daarna iets anders wat niet ruisen is maar suizen. Ergens in zijn hersenen ging een ingewikkeld proces aan de slag met het verschil tussen ruisen en suizen. Hij kwam er niet uit. Murmelen was het derde geluid. Er murmelde meerdere dingen om hem heen. Ik zou wel willen weten wie daar murmelt was de eerste concrete gedachte van Arie. Gelukkig werd het murmelen mompelen en konden zijn hersenen iets doen wat ze nog niet gedaan hadden. Woorden en klanken herkennen. En personen.

De eerste persoon was zijn vrouw.

“Zal ik Jaap bellen?” vroeg zijn vrouw. De herinneringen werden nu ingewikkeld. De herinnering aan zijn vrouw.
“Nog dikker dan ik, dacht hij.”
Toen werd het wat ingewikkeld om een goede herinnering te krijgen maar haar krassende door rook verpeste stem hielp. En Jaap kwam langzaam uit zijn sluimergedachten te voorschijn. Lul, was de eerste gedachte. Slijmbal, de tweede. Beter werd het niet.

De tweede persoon was zijn dochter.

“Doe maar nog even niet, mam. Jij vind hem misschien heel erg aardig en zo, maar hij niet. Zal ik een ambulance bellen?” zegt zijn dochter.

“Hmmm, wacht nog maar even. Zo meteen overleeft ie het nog” hoorde hij rochelen. Er liep iemand weg.

Stilte.

Van heel dichtbij hoorde hij nu geluister. Waarom fluisteren als je iemand iets wil zeggen? Een hoop woorden kwamen voorbij die niet doordrongen. Murmel, murmel leek het meer. gelukkig werd de stem wat duidelijker. Het was zijn dochter.

Luister pap, wat ik je ga zeggen weet nog niemand. Maar omdat je me toch niet kan horen, kan ik het jou wel vertellen. Je bent toch bijna dood.
Pa, ik ben …….
Nou, gewoon ….
Weet je die jongen nog, thuis?

Arie’s brein begon dingen bij elkaar op te tellen. Maar optellen was al weer van een tijdje geleden. Lastig. Daarbij was dit niet het type van 1+1. Meer van gebeurtenissen die bij elkaar tot iets anders leiden. Behoorlijk lastig als je hersenen nog niet opgewarmd zijn. Gelukkig praatte zijn dochter door.

Nou, die jongen was dronken als een tor.
Ik ook.
En echt, ik wist niet dat je dronken kon zijn en vr….
En nou ja. Van het een en het ander en zo.

Zwanger, klikten de hersenen van Arie.

Ik ben zwanger dus.

Trut, klikte de hersenen van Arie

Stilte bij de dochter.

Kleinkind, klikten de hersenen van Arie. En hij voelde iets wat je kon omschrijven als hormonen die opgestart werden.

Zijn hersenen registreerden voetstappen en een deur die werd gesloten.

Stilte.

En in de nacht van zijn hersenen werd het langzaam minder donker. Er knipperde iets wat oogleden heet en probeerde open te gaan. Hij voelde zijn tenen. Wat geheel niet fijn was aangezien ze tintelden. Pijn! Er rommelde iets ver onder hem. Buik? Zijn vingers bewogen zonder dat hij daar opdracht toe gegeven had. En langzaam werd het lijk zonder Arie, weer het lichaam van Arie.

Een week later keer Arie uit het café-raam.

Zijn vrouw was het huis uit. Hij had haar er niet eens uit hoeven schoppen. Het feit dat hij weer was begonnen te praten, was voldoende geweest. Zijn dochter had hij geknuffeld. Dat was voor beiden wennen. Lang geleden moet dat zijn geweest. Misschien toen hij haar nog liet plassen in de nacht. Hij had haar verteld dat hij met liefde opa werd. Dat het hem niet kon schelen hoe het heette als het maar geen Jaap was. Ze had geglimlacht. Dat was ook lang geleden. En nu keek hij naar zijn glas water. Vies spul. Hij keek naar de tas aan zijn voeten en de brug die daar buiten stond te roesten. En de paars gespoten kerstboom met groene ballen en knipperlichtjes op de bar.

Jezus, dacht hij. Ja. Ze zeggen dat Jezus stierf omdat hij voor andermans zonden moest boeten. Waarom stond ik daar dan? Ik wist het zo zeker? Zou hij aan het kruis getwijfeld hebben? Zou er een moment zijn geweest waarop Jezus besloot dat het wel genoeg zonden waren voor die dag? Hij zat natuurlijk vast. Voor hem was het niet zo makkelijk om een stap te zetten. Doordat Jezus daar stopte met dingen doen startte er iets anders.

Ik deed gewoon een stap naar achter. En nu heb ik een leven voor me. Het is goed. Een misstap moet niet altijd tot de dood lijden. Niet iedereen kan Jezus zijn. Niet iedereen sterft voor een kudde. En niet iedereen heeft de kans om opnieuw zichzelf uit te vinden. Zonde eigenlijk. Iedereen zou dat moeten doen.

Geplaatst in blijmakers, Uncategorized | 2 reacties

Wat zegt Terry Pratchett over onderwijs?

An education was a bit like a communicable sexual disease. It made you unsuitable for a lot of jobs and then you had the urge to pass it on.

Terry Pratchett, Hogfather

Terry Pratchett was een schrijver van fantasy boeken. Dat doet hem een beetje te kort. Net zoals Douglas Adams en Eoin Colfer weet hij een volledig niet bestaande omgeving om te vormen tot een omgeving waarin wij aardse mensen ons kunnen herkennen. Maar het is ook een groot satiricus, waar weinig serieus uit te halen is. Een interessant mens dus om hier te proberen te distilleren wat hij over onderwijs denkt.

Aangezien ik niet snel een interview of artikel vond waarin hij over onderwijs van mensen op Aarde beschreef of commentaar op gaf, moeten we het doen met de quotes die zijn verzameld uit zijn boeken. Gelukkig heeft hij gigantisch veel geschreven, dus altijd wel iets over een school of onderwijs.

And therefore education at the University mostly worked by the age-old method of putting a lot of young people in the vicinity of a lot of books and hoping that something would pass from one to the other, while the actual young people put themselves in the vicinity of inns and taverns for exactly the same reason.

Terry Pratchett

De type scholen die hij beschrijft zijn altijd van het ouderwetse type. Niet zo vreemd aangezien in de Discworld weinig computers aanwezig zijn. Je zou ze op de handen van een kwal kunnen tellen… Maar er is een docent(e) en die geeft les. En de leerlingen zitten ook in de klas. En natuurlijk zitten die daar onder dwang, uit noodzaak tot eten, of omdat ze nog maagd zijn en dat zo willen houden, tot het moment dat ze beseffen dat maagd zijn misschien niet ideaal is, maar dan al een te lange baard dragen.

‘Educational’ refers to the process, not the object. Although, come to think of it, some of my teachers could easily have been replaced by a cheeseburger.

— (Terry Pratchett, alt.fan.pratchett)

Zowel docenten als leerlingen en schoolleiders komen niet echt goed voor de dag in zijn ogen. Het zijn nogal stereotypen. De leerling is lui. De docent is saai, of de onderwerpen zijn dat.

En toch. In 1 van zijn boeken wordt de opleiding tot het moordenaarsgilde beschreven aan de hand van een jongeman die daarvoor in opleiding is. Het examen bestaat er uit dat je een moord moet plegen. Vanaf het moment van je opdracht tot dat je het hebt uitgevoerd wordt je gevolgd door een docent. Er zijn 2 manieren om te slagen. Of je voert de opdracht uit, of je vermoordt de begeleidende docent.

En daar wil ik wel even bij stil staan. Wat als je een leerling hebt die jouw als goed opgeleide docent in je werk overtreft? Die zou toch meteen geslaagd moeten zijn, zonder de rest van het jaar te moeten volbrengen. Wat is het toch dat we leerlingen 1 pad aanbieden waarop we vinden dat ze tegelijkertijd dat pad moeten hebben voltooid.

En in het interview wat ik vond maakt het wel duidelijk dat de docenten in zijn boeken geïnspireerd zijn op de docenten in zijn leven.

Alles terug kijkend vraagt het me af hoe belangrijk onderwijs nu is? Is het een soort buitenschoolse opvang of doen we ook nog iets aan opleiden voor een leven waarvan je niet verwacht had dat je dat zou leven.

(Dit is alweer het tweede deel van Wat zegt… Zometeen wordt het nog een gewoonte)

Geplaatst in blijmakers | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Gesprekje over creativiteit

Mooi boek met goede verhalen. Een geschenk die netjes in onze rijtje boeken op school komt. Eerst even doorlezen.

Mooi boek met goede verhalen. Een geschenk die netjes in onze rijtje boeken op school komt. Eerst even doorlezen.

Door mijn persoonlijke omstandigheden, kan ik even niet lesgeven. Ik doe nu dingen die niet lesgebonden zijn en kom daarvoor af en toe op school.

Een van de dingen die ik leuk vind om te doen is geïnspireerd te raken door anderen. En gelukkig had ik daarvoor een afspraak gemaakt met David van der Kooij. En David heeft een bedrijfje over creativiteit.

Het gesprek was als vloeibaar water en ging alle kanten op. Zijn zoektocht is naar het inbrengen van creativiteit in het voortgezet ondewijs. Mijn zoektocht is hoe leerlingen in het voortgezet onderwijs te motiveren.

Een van de dingen die ik inbreng is dat creativiteit bij pubers in het vo moet aansluiten bij hun belevingswereld. En wie maakt het, is ook zo’n vraag die we ons stellen. De leerling of de docent? Die grofweg bestaat uit seksualiteit ontdekken en ontdekken hoe met jezelf en anderen om te gaan. Daar aan gekoppeld is natuurlijk hun eigen interesse of motivatie. Maar dat wordt heel goed besproken in het boekje van David et al, genaamd “Creatieve stromingen”. Leuk om te zien dat vanuit een wetenschappelijk uitgangspunt creativiteit wordt onderzocht en op die manier het belang wordt gezien.

Ander aspect zijn de 21st century skills die door bedrijven en onderwijsadviseurs vaak wordt misbruikt om ICT als centraal doel op een school te plaatsen. De versimpeling is zo zonde van het mooie instrument.

Ook leuk om ideetjes uit te wisselen, zoals Dini’s poppenrijk, die poppen laat mee kijken met prentenboeken, Rob Bartels, en zijn filosofie in de basisschool, Davids mindmap cursus en misschien ook “mijn” leerarrangementen. Ook vind ik het idee om je eigen onderwijs boek te maken een geweldig idee. Een mooie manier om echt zelf onderwijs samen te stellen en mooi te presenteren.

Vele namen uitgewisseld. Leuk hoor.

Veel meer is er besproken, maar ja. Ik ben nu wel een beetje moe weer in mijn hoofd. Ik ga fietsen.

Geplaatst in blijmakers | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Bloedprikken in de klas

Prikken met een prikpen is super veilig. Na prikken schiet de naald terug. Ook veel minder gevoelig dan die ouderwetse ramnaalden. ;)  --- Image by © Royalty-Free/Corbis

Prikken met een prikpen is super veilig. Na prikken schiet de naald terug. Ook veel minder gevoelig dan die ouderwetse ramnaalden.😉
— Image by © Royalty-Free/Corbis

Achtergrond

Een 10-12 jaar geleden werd ons verzocht te stoppen met het prikken van bloed van kinderen. We bepaalden daarmee de bloedgroepen en we vonden het erg jammer dat het niet meer kon doorgaan. Na een lange zoektocht door de TOA’s (waaronder Ben Dijkhuis) langs Ministerie van onderwijs, huisartsen, verpleegkundigen, NVON, arbo deskundigen en wat niet meer, vonden we een manier die de schoolleiding goed vond en zelfs tijdens de Risico inventarisatie werd goedgekeurd.

Nu is het naleven van een strikt protocol best lastig. Vooral voor biologen.😉 Maar in dit geval wel aan te raden. Niet zo zeer om veiligheidsredenen. De kans dat je in het lokaal ziek wordt is groter dan jezelf steriel prikken met een pen, laat staan dat je daarmee een SOA kan overdragen. Maar wel ter geruststelling naar ouders en je schoolleiding.

Voorwaarden

Om bloed te mogen prikken moet je rekening houden met de volgende zaken:

  1. Een volwassene prikt. Deze heeft ervaring opgedaan met druppels bloed afnemen bij zichzelf of anderen.
  2. Er is instemming van de schoolleiding. (Niet perse vereist, maar het voorkomt vervelende situaties).
  3. Leerlingen die jonger dan 18 jaar zijn moeten van hun ouders/verzorgers toestemming krijgen om zich te laten prikken door een docent op jouw school. Zie de brief bij de bijlagen.
  4. Er is een duidelijk protocol. Ik heb het protocol zoals wij dat gebruiken in de bijlage gezet. Dit protocol wordt ook nageleefd.

Uitvoering

  1. Een paar weken van te voren meld ik leerlingen dat er een practicum bloedprikken aankomt. Ik beschrijf wat het inhoudt en geef ze de brief voor de ouders. Deze heb ik gelukkig ruim in voorraad voor de vergeetachtigen.
  2. Ik controleer de brieven. Liefst al een les voor het practicum. En als ik het niet vertrouw vraag ik of ik de ouders mag bellen.
  3. Tijdens het bewuste uur vertel ik wat er gaat gebeuren. Leerlingen die het eng vinden mogen op afstand blijven maar doen wel mee en proberen te begrijpen wat er gebeurt. De rest komt er gezellig bij staan.
  4. Leerlingen die willen prikken (bij een grote klas is een TOA zeer wenselijk) verzamelen zich en een voor een wordt ze eerst uitgelegd wat de procedure is en daarna uitgevoerd.
  5. Na het prikken krijgen de leerlingen een verplicht pleistertje en gaan we bloedgroep bepalen.

Bijlagen

De bloedprikken brief voor ouders. In een algemeen format. Pas de brief naar believen aan en laat je schoolleiding wel even instemmen. Alles te delen volgens creative commons: Creative Commons-Licentie
Bloed prikken van Hans Huijgen is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.

.doc formaat bloedprikken brief
.odt formaat bloedprikken brief

.doc formaat bloedprikken procedure
.odt formaat bloedprikken procedure

Geplaatst in Biologie, blijmakers | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen