Peer of rotte peer

Assumerpeer

Manuela heeft in haar quadblog vragen over het inbrengen van kennis in je lerarengroep. Zij werkt in het basisonderwijs, ik in het voortgezet onderwijs, maar dat maakt behalve de grootte van het docententeam niet zo veel uit. Docenten dienen zichzelf te vernieuwen en zichzelf constant opnieuw uit te vinden. Ook al betekent het dat je dezelfde blijft. Een van mijn inspiratoren is Frans Ottenhof. Elke les bereidde hij voor alsof het de eerste keer was dat hij de les ging geven. Hij dook het boek weer in en las de tekst weer door. Helaas zijn onze wegen bruut gescheiden door een splitsing van scholen, maar ik durf te wedden dat hij nog steeds dezelfde intensiteit heeft. Overigens is Frans nooit zich zelf gebleven qua onderwijs en veranderde zijn manieren elke keer weer, maar dat is een ander verhaal.

Na de hierboven genoemde splitsing mocht ik werken in de VMBO afdeling. Het team is klein (35 medewerkers) en de leerlingen willen we graag centraal zetten. We doen ons best in zoverre de structuur van een groot bestuur dat toelaat.

Toen we de ons zelf opnieuw uit vonden in een nieuw onderwijsconcept, was het meest bijzondere dat het gefundeerd werd door een groep actieve docenten. Deze gaven suggesties aan de schoolleiding. Ik ben nog steeds heel blij met de ruimte die we gekregen (of gevonden) hebben van de schoolleiding.

Ergens aan het einde van het schooljaar werd de druk erg groot. Er moest nog veel gebeuren en de zomervakantie liet niet lang meer op zich wachten. Ik vond mijzelf op een gegeven moment in de docentenwerkruimte om mij heen kijkend. Veel docenten waren aan het werk met een onderdeel. Erg gaaf, wat er in die week werd uitgewerkt. Ik heb mezelf de vrijheid gegeven om dit idyllisch weer te geven…

Toen bedacht ik het collegiale peer systeem “peer of rotte peer”. Peer review is niet nieuw natuurlijk en wordt ook bij de communities in de opensource software wereld, wikipedia of bij sommige vormen van onderwijs gebruikt. Maar je moet het beestje een naam geven en ik houd wel van “provocatieve nomenclatuur”. Het idee was als volgt:

De Peer-groepjes:

  • Het onderwijs systeem op onze school bestaat uit een aantal onderdelen: talenturen, elektronische leeromgeving, lessen, portfolio-gesprekken met portfolio, studielessen, vaardigheden, zorg.
  • Van die onderdelen heb ik groepen gemaakt van steeds ongeveer 3 docenten. Er werden nog 2 groepen aan toegevoegd: namelijk “de helikopter groep” en “didactiek”. De docenten heb ik gevraagd om een onderdeel te kiezen. Het was de keus om te kiezen waar je goed in was, of juist wilde leren. Ook als je zeer kritisch was nodigde ik juist die persoon uit, dat onderdeel te doen.
  • Het was de bedoeling dat elk groepje aan de gang ging met zijn onderdeel. Dat onderdeel verspreiden zij over de school. Ze overtuigen en bevragen anderen en komen tot een beter idee, of een idee die beter bij de schoolpopulatie past.
  • Maar het was ook de bedoeling dat groepjes bij andere groepjes gaan onderhandelen. Het talenturen groepje zou heel graag vaardigheden willen toepassen. Maar dan moeten ze wel weten welke er gekozen zijn door de school en hoe die aangeleerd of gecontroleerd worden. En ze willen makkelijk en snel beoordelen. Rubrics, certificaten? Doordat groepjes met elkaar onderhandelden zou er een eisenpakket komen die het totale systeem zou bevatten.

Rotte peer:

  • Maar wat als een groepje lekker achterover gaat hangen? (“Geen plannen maken uit angst” zij een mentor van mij ooit, maar ik doe het lekker toch). Rustig afwacht tot er iemand naar hun toe komt met vragen en geen goede antwoorden kan geven? Dan moet een andere groep in staat zijn deze “rotte peer” te kunnen aanspreken. Zij houden immers een proces tegen. Maar met het aanspreken stopt de verantwoordelijkheid niet. Twee (of veel meer) scenario’s zijn denkbaar. Eerst gaat de “rotte peer” in gesprek met de groepjes die hun niet goed vinden functioneren. Helpt dat niet, dan zal er een hogere macht te pas moeten komen, zoals een schoolleiding. Die praat met het groepje en daar zal iets moeten veranderen.
    Het tweede scenario kan zijn dat er besloten wordt dat dit groepje geen stimulerende samenstelling heeft. Een leerling noemde het ooit “tegenwerkers”. En dat kan iedereen zijn als je niet lekker voelt in het groepje, of de verschillen en inzichten zo onoverbrugbaar groot zijn, dat elk voorstel in eindeloze discussies verzuipt.
  • Een groepje is ook een “rotte peer” als het te snel groeit in zijn ontwikkelingen en volledig voor de troepen uitloopt. Andere groepen zien hun achterstand alleen maar groter worden en hebben niet het idee dat zij nog invloed hebben op het proces in deze groep. Je kent ze wel. Docenten die al bezig zijn met 21st learning skills, terwijl de school nog bezig is met verkennen van groepswerkopdrachten. Dat gaat goed als het eiland het klaslokaal van de docent betreft, maar in de peer-groepjes als deze is het helaas eerder vertragend. De kop kan niet sneller lopen dan de staart…. Het wil niet zeggen dat de kop al andere ideeën mag hebben. Graag zelf en experimenteer met hartenlust  maar zoek de momenten op om te importeren in je onderwijsconcept van de school.

Het uiteindelijke idee was, dat al polderend een onderwijssysteem werd ontwikkelt die bij docenten en leerlingen past. In ons geval denk ik niet dat het een compromis systeem zal zijn. Maar misschien is dat mijn naïviteit. De rol van de schoolleiding en management zou sturend en beschouwend en inspirerend zijn. En uiteindelijk faciliterend en gaf daarbij de grenzen aan van wat mogelijk was.

Dit experiment is in de kiem gesmoord. Of het er aan lag dat de zomervakantie voldoende tijd om dit te starten in de weg legde, dat het nieuwe jaar andere (ad hoc) prioriteiten stelde, dat het inmiddels achterhaald was door een andere discussie over “resultaat verantwoordelijke teams“, of ik mijn lobby naar de schoolleiding en medewerkers niet op een handige manier heb uitgevoerd, of dat het idee van peer/rotte peer groepen te confronterend was en te direct op de inzet en betrokkenheid van docenten wees. Ik zal het niet weten. Maar ik heb het ruwe beeldwerk hier neer gezet. Misschien dat ooit ergens …..

Deze blogpost is onderdeel van een Quadblog.

Over lighans

Berijder van Quest nummer 1.
Dit bericht werd geplaatst in Quad blog en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

12 reacties op Peer of rotte peer

  1. fransdroog zegt:

    Wat een mooi voorbeeld van iets wat mij in het begin van mijn carrière in het onderwijs zo opviel en waar ik gelukkig nooit echt aan gewend ben geraakt.
    Prachtige plannen.
    Veel eerste stappen maar (bijna) nooit ‘de tweede stap’.
    Ad hoc.
    Het verschil niet kennen of niet maken tussen urgentie en prioriteit.

    Ik ben wel altijd geïnteresseerd gebleven in hoe het nu komt dat ‘geplande’ dingen niet doorgaan. Eén belangrijke reden is volgens mijn analyse dat er (bijna) nooit een echt plan gemaakt wordt, er wordt geen tijdpad vastgelegd, er worden geen taken verdeeld, er worden geen verantwoordelijkheden vastgelegd. Standaard zaken bij goed lopende organisaties, of dit nu commerciële bedrijven zijn of anderszins.
    Ik ben dus wel benieuwd wat de reden was voor het geen doorgang vinden voor het door jouw beschreven mooie plan tot samenwerkend een breed gedragen onderwijssysteem binnen een school op poten zetten. Zou het nog kunnen? Waarom niet? Heb je zelf echt geen idee?
    (Dat rotte peer is heel leuk in een initiële fase maar kan misschien toch beter vervangen worden door iets minder dat minder confronterend is, in naam dan, in de praktijk is het natuurlijk wel een wezenlijk probleem dat je aankaart🙂 )

    • lighans zegt:

      Ik denk dat een groot deel van het onderwijs een grote tegenstelling is. Docenten staan alleen voor de klas en tegelijkertijd moeten ze op de school “iets” samen doen. Ik denk dat een hoop daar helemaal geen zin in hebben. Die moeten op een of andere manier gestimuleerd worden. Maar ik kan me ook erg vinden in het confronteren van mijn tekortkomingen en praten over hoe ik daarmee om ga. Dat was misschien een achterliggend idee.

      Het systeem draait nu aardig, echter ik hoop dat het een meer breed gedragen systeem wordt. In feite was de eerste aanzet een “geflipte management”. De docenten vonden dat ze het beter konden dan het management en het management gaf ze ruimte. Doe maar, laat maar zien. En dan blijkt dat een kleine groep …. nou ja, je snapt het wel.

      Op dit moment moet ik zelf de keuze maken om gezond in mijn school rond te blijven lopen. Ik zal moeten opletten of ik niet te veel aanpak en daarmee mezelf overbelast en anderen niet de ruimte geef. Ik ben god niet en wil dat ook niet zijn. Maar het lijkt me goddelijk om een team te hebben die het echt samen draagt. En eigenlijk ben ik best blij met ons docentenkorps. We worden gezien als sociaal, open en geïnteresseerd.

      Ik heb de link naar dit blog naar mijn schoolleiders gestuurd. Wie weet inspireert het. En ze zijn dan geheel vrij om er een andere naam aan te geven, als “rotte peer” ze iets te bruut over komt. Het is een door mij bedachte term, maar als het rottigheid teweegbrengt, kan iedereen in het team met suggesties komen.😉

  2. Inderdaad, mooie plannen en dan.
    Wat ik aan de reactie van Frans wil toevoegen is dat bij een plan ook budget hoort en dat budget (= in onderwijs vaak gelijk aan tijd) niet altijd wordt vrijgemaakt. Had je voor de tijdsinvestering een oplossing?
    Ik ben het ook eens met de vervanging van de term Rotte peer om dezelfde reden. (ook al is rot fruit uitstekend voer voor vlinders)
    Ik heb je stuk meer keren doorgelezen en op basis van deze informatie vraag ik me af of je wat kan halen bij intervisie-technieken (gaat mijn blogpost van volgende week over) en bij bekijken van innovatieve samenwerkingsverbanden in onderwijs. Misschien wil je wel mee naar deze sessie. (ik ga 29 mei) http://mrsmarvran.wordpress.com/2013/04/22/twoffeeshop-high-van-onderwijs-2/

    • lighans zegt:

      Je hebt helemaal gelijk. Tijd is cruciaal en is altijd beperkt. Maar andersom is ook zo. Als we niet tijd investeren in het goed maken van onderwijs kost het aan de andere kant heel veel tijd om alles weer te lijmen en glad te strijken. Als we niet samen een blok zijn en ouders en leerlingen duidelijk weten te vertellen hoe het spel gespeeld wordt, zul je later weer moeten bijsturen en regels herhalen. We zijn erg gewend aan ad hoc in de onderwijswereld. Frans zegt terecht dat we wat zakelijker mogen zijn. Jouw blog over code of conduct sluit daarbij aan. Dit spreken we af. Dit doen we. Ik volg je en treed met je in discussie over het waarom.

      29 mei mag ik naar de moodlemoot van nedmoove. En dat vind ik dan ook weer heel erg leuk. Overigens heb ik daarbij dit keer gezorgd dat we met zijn drietjes gaan. Met zijn drieën kan je breder enthousiast zijn en leren dan een. Ik hoop het aantal enthousiaste peren te vergroten.😉 Ik zou trouwens bij de nog ontdekkende moodle docenten eerder willen spreken van “groene peren”.

      De term “Rotte Peer” is misschien wat confronterend of aanvallend.😉 Ik sta open voor suggesties.

  3. Pingback: Quad-bloggen « De lerende docent.

  4. mwmott zegt:

    Hallo Hans,

    Ik was even de draad kwijt en had de mail niet goed gelezen, vandaar mijn te late reactie. Maar beter laat dan nooit (hoop ik).
    Bij ons op school is besloten tot teams en in die teams werken we in subteams aan punten die we belangrijk vinden. Maar het gaat al mis in de eerste zin: er is besloten tot teams. Dat betekent dat er geen draagvlak is onder ons, we zijn wellicht allemaal rotte peren op dit moment. Ergens jammer, want de punten zijn wel door ons zelf gekozen. We komen dus niet tot peer-groepjes. Het grote verschil tussen jullie en ons! Daarom gaan de plannen bij ons niet door.
    Hoe komt dat nou, wij voelen die teams als een opgelegde taakverzwaring. En dat betekent een tijdsinvestering (en geld). We hebben al niet zoveel tijd en dan moet je prioriteiten stellen. We beperken onze tijdsinvestering tot de verplichte teambijeenkomsten die al gauw ook gevuld zijn met andere zaken en zo leunen we wat achterover.
    Waarom plannen verder niet doorgaan, Frans heeft wel gelijk. Het blijven plannen of beter dromen, maar ze worden slecht tot niet uitgewerkt. Vlak voor de deadline nog even hard werken of het doorschuiven tot zelfs afstel.
    In mijn lessen doen leerlingen wel eens (eigen) onderzoek en daar probeer ik nu streng te zijn op die plannen. Weet je wat je gaat doen, hoe je het gaat doen, wie wat doet, wanneer en de deadline? Staat het goed op papier, dan kun je van slag. Bij iedereen streng op geweest op een groepje na, iedereen was op tijd, op datzelfde groepje na.
    Goed, dit waren de dingen waar ik aan dacht na lezen van je blog.

    • lighans zegt:

      Precies. Die onderwijzers zijn allemaal HBO of hoger geschoold maar op het gebied van denken moeten we volgzaam en omhoog kijken naar de leiders. Ik heb dat altijd erg slecht gekund. Ooit een portfoliogesprek gehad met een leerling. Toen het bij het onderwerp “samenwerken” kwam, vertelde ze dat er 2 typen leerlingen waren. De meewerkers en de tegenwerkers. De meewerkers doen hun ding en willen een opdracht uitvoeren. De tegenwerkers hebben in hun hart er geen zin in, doen soms alsof en proberen overal onderuit te komen. Ik heb hem altijd onthouden. Ik merk ook dat ik in mijn achteruit ga, als ik een opgelegde opdracht krijg. Een zin als “we hebben besloten….” maakt mij direct achterdochtig. Het management denkt nog te veel dat managen betekent ideeën leveren.

      Wat me ook opvalt is dat er veel ideetjes tegelijkertijd worden geopperd. De luchtballonnetjes. Daar zou ook goed naar gekeken moeten worden. Een goed leider durft ook af te wimpelen en bij te sturen. Maar wel op die volgorde. Eerst het idee beluisteren en dan goedkeuren. Anders dan een goedgekeurd idee doordrijven….

      Dat je in de lessen het plannen strak houdt prijs ik. Echter, ik beken, ik ben zelf een wanordelijk baasje. Geen goed voorbeeld inderdaad. We zijn op school bezig om procedures eenvormig te maken. Dus hoe geef je huiswerk op. Hoe leg je procenten uit. Elk vak en elk docent die hetzelfde volgt, zou het voor de leerling duidelijker moeten maken. Ik vraag me wel af of dat laatste groepje niet te laat was omdat jij ze minder controleerde…. Dat vind ik ook zo boeiend. Dat de ene leerling of groep zich beter laat (bege)leiden dan de ander..

      Oh ja, wat me ook te binnen schiet. Ideeën kunnen het beste geleid worden door de leerling. Eigenlijk moeten we er vanuit gaan dat het systeem “rotte peren” bevat en de leerling die er uit vist. Ik heb een aantal zorg leerlingen in mijn mentorklas die PDD-NOS hebben. De gesprekken met de ouders en de leerlingen geven zoveel informatie over hoe wij slordig omgaan met onze eigen onderwijsvisie en regels. Ze pikken ze er zonder problemen uit. Naar hun luisteren en je plannen verbeteren geeft veel voldoening en een betere school. Het is niet erg om rot te zijn, het is veel erger om rot te blijven.😉
      (Wat kan je heerlijk in beeldspraak praten met die peren.🙂 )

  5. Wat jammer dat een dergelijk experiment direct in de kiem gesmoord wordt. Zeker de moeite waard om te onderzoeken waar dat nou aan lag. Was het een kwestie van draagvlak of was toch je doel vooraf niet goed genoegd duidelijk gemaakt? Met andere woorden: wat had je voor ogen, waarom dit experiment en vooral welke voordelen (of oplossingen voor welke problemen) kunnen eruit gehaald worden? Jouw al eerder genoemde 3 G’s: bracht het voor elke docent (management) inderdaad wel Gemak, Gewin en Genot op? Nou is mijn ervaring dat vlak voor de zomervakantie een dergelijk initiatief starten niet het meest ideale moment is. Iedereen is druk, loopt op z’n laatste benen en men wil vooral alles nog af hebben voor de zomervakantie start. En zoals ook Ilse al aangaf, budget = tijd en dat schiet er nogal eens bij in. Neemt natuurlijk niet weg dat het in de kiem smoren van dergelijk initiatieven bepaald ‘killing’ zijn voor ondernemende docenten zoals jij!
    Een goed idee trouwens om je link naar je blog door te sturen… Wie weet wat het in de zomervakantie nog met de hersenen doet😉

    • lighans zegt:

      Het is denk ik pijnlijk om te bedenken dat het voor niet elke docent gemak, gewin en genot oplevert. Er zijn heel veel docenten die het vervelend vinden om met andere dingen bezig te zijn dan met lesgeven en nakijken. Deze zou je kunnen bereiken met een systeem als deze. In de OpenSchoolBijlmer heb ik heel kort gewerkt. Daar liepen docenten in hun tussenuur vrolijk een les in om even te kijken. Niemand die daar veemd van op keek. Geweldige cultuur, waarvan ik niet weet of die is blijven bestaan.

      Ik dacht juist voor de vakantie te starten zodat na de vakantie het verder opgepakt kon worden. Maar misschien bruiste niet iedereen zoveel als ik? Of bruiste ik een beetje de verkeerde kant op…

      Ik denk dat vooral het gemis was, gebrek aan schoolbrede betrokkenheid. Het was een impulsieve actie. Misschien een keer beter voorbereiden en zachtjes inwrijven bij collega’s. Daar ben ik niet zo goed in, maar wie weet… Ik heb er van geleerd hoe zoiets (of juist niet) op te zetten, overzicht te maken, een project te overzien en te bedenken wat er bij komt kijken, initiatief te nemen, mij te verbazen en te geloven in een geweldig idee en team.

  6. Pingback: Two Peer | Jong leren

  7. Pingback: Nieuw schooljaar, nieuwe plannen | Jong leren

  8. Pingback: Peer groepen, deel 3 | Jong leren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s